De zuivelmarkt: woelige wateren, maar licht aan de horizon

19.02.2026

Het afgelopen jaar illustreerde nogmaals zeer duidelijk dat de zuivelmarkt zich niet laat voorspellen. Verschillende factoren zorgden voor een onverwacht onevenwicht tussen vraag en aanbod aan zuivelproducten, waardoor de prijzen kelderden. De tweede jaarhelft was dan ook bijzonder uitdagend voor zuivelverwerkers, die hun rauwe melkprijzen noodgedwongen moesten laten zaken. Gelukkig boden de uiterst rendabele afgelopen jaren melkveehouders de kans een buffer aan te leggen, en zijn er voorzichtige eerste tekenen van marktherstel. 

 

(Veel) meer melk dan verwacht 

Het verloop van de melkleveringen toonde het afgelopen jaar op zijn zachtst gezegd een trendbreuk met vorige jaren. De zware uitbraak van het blauwtongvirus in het tweede deel van 2024 had zijn weerslag in de eerste helft van 2025, waardoor de Belgische leveringen -4,6% lager lagen dan in 2024. In de tweede helft van 2025 hernamen de leveringen zich opvallend (grafiek hieronder). Dit kwam door een samenloop van bevorderende omstandigheden, waaronder zeer goede melkprijzen, lage kosten, en een verschuiving van de kalvingscyclus door de blauwtonguitbraak. Door deze onverwachte stijging moesten de zuivelverwerkers alle zeilen bijstellen om alle melk verwerkt te krijgen – in december maar liefst 12% meer dan voorgaand jaar. In totaal lagen de leveringen voor 2025 met 4.370 miljoen liter net boven het volume van 2024 (+0,5%). We zagen een gelijkaardig effect in beide regio’s van het land. In Wallonië leverden gemiddeld 2.259 melkveehouders in totaal 1.291 miljoen liter melk. De 3.293 Vlaamse melkveehouders leverden 3.103 miljoen liter. 

               

 

Zuivelnoteringen namen een duik 

Deze verrassend hoge productie in de tweede jaarhelft was er niet enkel in België, maar in verschillende Noord-West-Europese landen, met een toename van de Europese leveringen als gevolg (grafiek hierboven). Doordat de productie bovendien ook in de grote exporterende regio’s (met name de VS) zeer hoog was en een sterke euro de export van melk bemoeilijkte, ontstond een onevenwicht tussen vraag en aanbod aan melk en zuivelproducten op de Europese en wereldmarkt. Als gevolg stortten de noteringen in (grafiek hieronder), waardoor ook de rauwe melkprijs onder druk kwam te staan. Die moest onvermijdelijk mee evolueren met de harde nieuwe realiteit op de zuivelmarkt (grafiek hieronder). Door de zeer lage marges voor de zuivelindustrie (1,03% in 2022) is het voor zuivelverwerkers immers niet mogelijk om melkprijzen boven de marktwaarde te betalen zonder hun eigen rentabiliteit in het gevaar te brengen.   

           

 

Buffercapaciteit dankzij boerenjaren 

De prijsdruk laat helaas nog niet los. De rauwe melkprijs is in de eerste maanden van 2026 nog verder gedaald. In deze context is het echter belangrijk te herinneren hoe uitzonderlijk rendabel de afgelopen jaren zijn geweest voor de melkveehouderij. Zo blijkt ook uit de Vlaamse en Waalse melkveebarometers (grafieken hieronder), die aantonen dat met name 2022 en eind 2024 en het eerste deel van 2025 historisch gunstig waren en melkveehouders toelieten buffers aan te leggen voor mindere tijden. 

             

 

Wat brengt 2026? 

Gelukkig mogen we voorzichtig hopen dat de melkaanvoer iets minder grillig zal verlopen in 2026. De melkplas zal niet blijven toenemen. Zo is 2026 het eerste jaar met een sectordoelstelling voor de reductie van de stikstofuitstoot in de melkveehouderij (-12,5%). Bovendien zullen de reeds gedaalde melkprijzen hun impact laten voelen, onder meer door een inhaalbeweging van uitgestelde slachtingen en melkveehouders die het stoppen met melken nog enkele maanden hadden uitgesteld omwille van de hoge melkprijzen. Bovendien is het af wachten hoe dierziekten de melkaanvoer zullen beïnvloeden in 2026, met voornamelijk de mogelijke introductie van Lumpy Skin Disease uit Frankrijk als bezorgdheid. 

Een meer voorspelbare melkaanvoer betekent hopelijk een stabilisering van de noteringen. De eerste tekenen zijn alvast positief: de Belgische noteringen voor boter en magere melkpoeder stijgen in het begin van 2026 tot niveaus van rond de 450 en 230 euro per ton (grafieken hieronder). Veel hangt natuurlijk af van de invloed van externe factoren zoals de productie in andere exporterende regio’s (VS), de sterke euro, de invloed die de recent bekengemaakte Chinese importheffingen zullen hebben op de Europese export en uiteraard de impact van geopolitieke evoluties zoals de oorlog in het Midden-Oosten en uiteraard de impact van geopolitieke evoluties zoals de oorlog in het Midden-Oosten. 

Ondanks alle onzekerheden en kanttekeningen, mogen we voor het komende jaar dus voorzichtig hopen op een stabielere en meer voorspelbare zuivelmarkt. En als het effectieve herstel van de zuivelmarkt langer mocht uitblijven dan verhoopt, is dat nog geen reden tot doemdenken voor de sector. De langetermijn vooruitzichten blijven met een verwachte toename van de wereldwijde productie en consumptie van zuivel met +15% tegen 2035 immers ontegensprekelijk positief. 

Elias

Elias Goyens

Advisor Milk Supply & Economics
elias.goyens@bcz-cbl.be