Eerste interview met de nieuwe BCZ-voorzitter Peter Grugeon

17.06.2026

Tijdens de BCZ-Jaarvergadering nam Peter Grugeon, President van FrieslandCampina Professional, het voorzitterschap van BCZ op. Hij volgt Sébastien Buytaert, CEO van Lactalis Benelux, op. Sébastien blijft samen met Catherine Pycke, afgevaardigd bestuurder van Inex, ondervoorzitter van de federatie. Hoog tijd om Peter beter te leren kennen en te horen hoe hij naar de toekomst van de Belgische zuivelsector kijkt.

 

Peter, je hebt al heel wat ervaring in de zuivel- en agrifoodsector. Welke inzichten nam je hieruit mee?

Voor ik bij FrieslandCampina terechtkwam, was ik CEO van Milcobel. Daar leidde ik de organisatie in een complexe en snel veranderende markt. Eerder bekleedde ik ook leidinggevende functies bij verschillende voedings- en agribusinessbedrijven. Daardoor heb ik de sector vanuit meerdere invalshoeken leren kennen: commercieel, operationeel en coöperatief. Die ervaringen hebben mij geleerd hoe belangrijk een duidelijke richting, consequente uitvoering en een sterke verbinding tussen bedrijfsresultaten en de belangen van de coöperatieve leden zijn.

 

Je kent de Belgische zuivelsector dus duidelijk zeer goed. Wat betekent het voor jou om voorzitter van BCZ te worden?

Ik ben trots om voorzitter van BCZ te zijn. De Belgische zuivelsector heeft veel troeven: sterke bedrijven, vakmanschap, kwalitatieve producten, een hoge exportgerichtheid en een nauwe band met lokale melkveehouders. Tegelijk bevinden we ons als sector op een belangrijk kruispunt. We zijn sterk en toekomstgericht, maar om dat ook op lange termijn te blijven, hebben we een competitief, voorspelbaar en rechtszeker beleidskader nodig.

 

Wat zijn vandaag de grootste uitdagingen voor de sector?

De sector staat onder druk door stijgende kosten, volatiele markten, geopolitieke onzekerheid, toenemende administratieve lasten en complexe regelgeving. Dat creëert een ongelijk speelveld binnen Europa en zet de marges structureel onder druk. Tegelijk willen we zuivel van topkwaliteit blijven produceren en de klimaatimpact van de hele keten verder verlagen. Die combinatie is uitdagend, maar noodzakelijk. 

 

Waar zie jij kansen en opportuniteiten?

We moeten blijven investeren in efficiëntere processen, innovatie en productontwikkeling. Een betere valorisatie van melk is essentieel, met een gezonde mix tussen basisproducten en producten met hogere toegevoegde waarde, zoals ingrediënten, gespecialiseerde voeding en medische voeding.

Ook internationaal liggen er kansen. De vraag naar zuivel blijft groot en export is een belangrijk onderdeel van het verdienmodel van onze sector. Naast onze Europese thuismarkt zien we onder meer opportuniteiten in Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten. België beschikt bovendien over sterke troeven: kennis, infrastructuur, ondernemerschap en een hechte samenwerking binnen de keten. We moeten dus actief blijven inzetten op markttoegang.

Daarnaast mogen we de nutritionele waarde van zuivel niet uit het oog verliezen. Zuivel levert een waardevolle bijdrage aan een gezond en evenwichtig voedingspatroon. Dat verhaal moeten we blijven brengen, op een evenwichtige en wetenschappelijk onderbouwde manier, ook in het maatschappelijke en beleidsmatige debat over voeding en gezondheid.

 

Hoe kijk je naar de toekomst?

De toekomst van de Belgische zuivelsector ligt in een sterke lokale verankering, gecombineerd met een internationale blik. Maar de maatschappelijke verwachtingen zullen nog toenemen. Zuivel moet niet alleen voedzaam en betaalbaar zijn, maar ook aantoonbaar geproduceerd worden met oog voor klimaat en natuur. Daar werken we vandaag al hard aan. Belgische zuivel behoort tot de meest duurzame ter wereld en toch moeten we nog blijven vooruitgaan. Dat vraagt samenwerking doorheen de hele keten: van melkveehouders en verwerkers tot andere ketenpartners. Dat betekent enerzijds dat we  onze melkveehouders ondersteunen met programma’s, data, begeleiding, kennisdeling en beloningsmodellen. Anderzijds blijven we ook onze eigen sites verduurzamen, met onder meer groene energie, waterhergebruik, duurzamere verpakkingen en minder voedselverspilling.

 

Wat is er nodig van het beleid om die toekomst veilig te stellen?

Lokale voedselvoorziening moet een strategische keuze zijn. Als we zuivelproductie en -verwerking in België willen verankeren, dan hebben we een stabiel en rechtszeker beleidskader met langetermijnperspectief nodig. Dat betekent: aandacht voor concurrentiekracht, onder meer rond energie, arbeid en regeldruk; minder administratieve lasten; meer ruimte voor ondernemerschap en eerlijke handelspraktijken in de keten waarborgen. Beleidskeuzes moeten economische haalbaar zijn en duurzaamheidsambities realistischer.

Ook in het debat over voeding en gezondheid is nuance nodig. Zuivel verdient een duidelijke erkenning als onderdeel van een gezond en evenwichtig voedingspatroon, met aandacht voor haar nutritionele waarde én haar rol in voedselzekerheid en verduurzaming. 

De overheid is dus een cruciale partner. Constructieve dialoog moet vertrekken vanuit wederzijds begrip, met oog voor ecologische en economische ambities én voor de realiteit op het terrein.

 

Tot slot: waar hoop je binnen twee jaar op terug te kunnen kijken?

Mijn ambitie als voorzitter voor de komende twee jaar is dan ook helder: de zuivelverwerking in België stevig verankeren en tegelijk blijven inzetten op innovatie, duurzaamheid en een sterke internationale marktpositie. Zo kan onze sector blijven bijdragen aan voedselzekerheid, betaalbare toegang tot kwaliteitsvolle zuivel en een positieve impact op klimaat en natuur.

 

Bedankt Peter voor dit interview, jouw heldere kijk op de sector en veel succes als voorzitter van BCZ!
Jolien

Jolien Willems

Advisor Sustainability & Communication
jolien.willems@bcz-cbl.be