Geen duurzame toekomst voor melkveehouderij zonder verwerking
De rode draad doorheen de Europese en Vlaamse landbouwvisies en de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is duidelijk: de positie van landbouwers in de keten versterken en hun toekomst verzekeren. BCZ onderschrijft die ambitie volledig.Tegelijk is het essentieel om deze oefening holistisch aan te pakken. De melkveehouderij staat immers niet op zichzelf. Zeker in België, waar ongeveer 70% van de melk wordt opgehaald door zuivelcoöperaties, is de sector nauw verweven met de verwerkende industrie. Die samenwerking vormt een van de grootste troeven van de Belgische zuivelketen en zal cruciaal zijn om de uitdagingen van de komende decennia het hoofd te bieden. Toch wordt die verwevenheid vandaag onvoldoende weerspiegeld in zowel het GLB als de landbouwvisies. BCZ doet daarom een duidelijke oproep: betrek beide schakels – melkveehouder én verwerker – in het beleid en de visievorming. Alleen door samen te werken kan de zuivelsector duurzaam, competitief en toekomstgericht blijven.
GLB post 2027
De onderhandelingen over het GLB 2028–2034 zijn momenteel lopende. In het nieuwe voorstel wordt de GLB-steun ondergebracht in National and Regional Partnership Plans (NRPP’s), waardoor lidstaten meer autonomie krijgen over de invulling van hun GLB-budget. Tegelijk daalt het totale budget met ongeveer 20 à 25%, wat de realisatie van de doelstellingen aanzienlijk bemoeilijkt. Een belangrijk onderdeel van de herziening is de aanpassing van de Gemeenschappelijke Ordening van de Landbouwmarkten. Het meest controversiële element is de verplichte invoering van contracten tussen melkleveraars en -kopers. Die maatregel is bedoeld om de melkveehouders te versterken, maar mist volgens BCZ en de Europese federatie EDA haar doel. De verplichting beperkt de nodige flexibiliteit om op marktschommelingen te reageren, en elders bleken vergelijkbare maatregelen reeds weinig succesvol. In de praktijk is melkveehouder noch verwerker dus met deze verplichting gebaat.
Europese en Vlaamse langetermijnvisies
Naast het GLB wordt ook breder nagedacht over de toekomst van de landbouw. De EU-visie mikt tegen 2040 op een landbouw- en agrovoedingssector die duurzaam, competitief en weerbaar is, met eerlijke inkomens en toekomstperspectief voor landbouwers. Thema’s als klimaat, milieu, innovatie, digitalisering en de positie van de boer in de keten staan daarbij centraal. De Vlaamse overheid wil deze Europese visie concreter maken en vertaalt de ambities naar een landbouwvisie 2030–2050. Die wordt opgebouwd op basis van een SWOT-analyse per deelsector en moet richting geven aan het toekomstige landbouwbeleid. Minister Brouns benadrukte tijdens een eerste forum dat de visie “doordrenkt moet zijn met het zweet van landbouwers”. Opvallend genoeg bleef de verwerkend industrie volledig onbesproken.
Melkveehouderij en zuivelindustrie onlosmakelijk verbonden
Net daar wringt voor BCZ het schoentje. Een toekomstvisie op landbouw kan niet los worden gezien van de sectoren die de landbouwproducten verwerken en vermarkten. Voor BCZ is het cruciaal dat de Belgische zuivelsector, als hoeksteen van onze lokale en duurzame voedselvoorziening, wordt beschermd en verder wordt ontwikkeld. Volgens de inschatting van IFCN tijdens de BCZ-jaarvergadering zal de wereldwijde vraag naar zuivel tegen 2035 met 15% toenemen. Om hieraan te kunnen voldoen, moet productie plaatsvinden in regio’s waar dat op de meest duurzame manier kan – zoals Noordwest-Europa, en België in het bijzonder.
Het beleid moet daarom niet alleen inzetten op sterke landbouwers, maar ook op een sterke verwerkende industrie. Alleen door deze keten integraal te ondersteunen kan België zijn duurzame zuivelsector behouden en versterken – en zo de toekomst van de melkveehouderij veiligstellen.